Akureyri

Akureyri is een stadje in het noorden van IJsland op circa veertig kilometer van de poolcirkel. Het telt ongeveer 17.500 inwoners en is daarmee qua inwonertal de vierde stad van IJsland. Aangezien het de grootste plaats in de regio is, wordt het ook wel de 'hoofdstad van het noorden' (höfuðborg norðurlands) genoemd. Dat is het in vrijwel alle opzichten. Bijvoorbeeld in de dienstensector, handel, industrie, landbouw, onderwijs, openbaar vervoer, toerisme, transport en visserij. Via de weg is de afstand tot de hoofdstad Reykjavík ongeveer 386 kilometer (bij gunstige omstandigheden ruim 5 uur rijden).

Akureyri betekent zoiets als 'landtong met akkers'. De plaats ligt in de punt van het 60 kilometer lange fjord Eyjafjörður, wat op zijn beurt weer 'fjord met het eiland' betekent. Met dat eiland wordt Hrísey, 35 kilometer ten noorden van Akureyri, bedoeld. Door de plaats loopt de rivier Glerí (glasrivier) en even ten zuiden mondt de rivier Eyjafjarðará uit in het fjord. De plaats wordt omgeven door bergen. Daarvan is de berg Súlur, die 1213 meter meet, het hoogste. Een andere hoge berg is de Hlíðarfjall, die 1116 meter hoog is. Op deze berg ligt één van de populairste skiegebieden van IJsland.

Ontstaan van de plaats

Net als de eerste bewoner van IJsland, Ingólfur Arnarson, was de eerste bewoner van de streek een Viking; Helgi Eyvindarson alias de magere. De Noor groeide op in Ierland en werd door zijn ouders naar de Hebriden (ten westen van Schotland) gestuurd. Toen hij twee jaar later terugkwam, was hij zo mager dat zijn ouders hem niet meer herkenden. Samen met zijn vrouw Thorunn Hyrna 'de gehoornde' trok hij naar IJsland. Hij vestigde zich ongeveer 7 kilometer ten zuiden van Akureyri in de plaats Kristnes (Christus' landtong).

In de zeventiende eeuw begonnen Deense handelaren zich langs het water van het fjord te vestigen. Ze bouwden pakhuizen en lieten vee grazen op de weidegronden. In het jaar 1778 werd het eerste pand in Akureyri gebouwd en in 1786, toen de plaats twaalf inwoners had, werden er stadsrechten aan de plaats verleend. Bewoning van steden kwam in die periode nauwelijks voor in IJsland, waardoor de plaats niet verder groeide dan enkele tientallen bewoners. In 1836 werden de stadsrechten van Akureyri ingetrokken, maar die verwierf het in 1862 opnieuw. Onder invloed van de snelle industrialisering, die in grote delen van de wereld plaatsvond, trokken mensen naar de plaats in hun zoektocht naar arbeid. Daardoor begon de plaats in omvang toe te nemen. De plaats bood vooral werk in de agrarische sector en aanverwante industrieën. De zuivelindustrie was belangrijk, maar ook textiel- en landbouwproducten werden (en worden) hier geproduceerd. Tegenwoordig groeit de plaats nog steeds flink, doordat mensen zich er vestigen in hun zoektocht naar werk. De komst van de UNAK-universiteit (website) in 1987 zorgt ervoor dat met name jongeren naar de stad trekken.

Bezienswaardigheden

Akureyri wordt in tweeën gedeeld door de rivier Glerí. Aan de noordzijde ligt het deel Glerárhverfi. Ten zuiden van de rivier ligt het deel dat voor bezoekers meer interessant is. Rondom de monding van de rivier liggen de grootste havens. Het openbare leven speelt zich met name af rondom de Hafnarstræti, welke grotendeels is ingericht als winkelpromenade. In het centrum zijn opvallend veel monumenten en standbeelden aanwezig die herinneren aan gebeurtenissen of personen.

Botanische tuin

De plaats staat bekend om de botanische tuin (listagarður Akureyrar) aan de Eyrarlandsholt. Op zich is de aanwezigheid van een botanische tuin vreemd, aangezien zoiets niet snel verwacht zal worden op een locatie vlak onder de poolcirkel. Dankzij het relatief milde klimaat is dit echter toch mogelijk. Bovendien staan er rondom het park berken geplaatst die beschutting bieden aan de bloemen en planten in de tuin. De eerste aanplant van bomen werd in 1910 gedaan. Daarmee ontstond het eerste openbare park van IJsland. Naarmate de tijd vorderde kwamen er steeds meer verschillende bloemen en planten terecht. Daarom kreeg het park in 1957 de status van botanische tuin. Inmiddels zijn vrijwel alle planten uit de IJslandse flora in het park aanwezig. Daarnaast biedt de tuin ruimte aan arctische en alpiene bloemen en planten. Gezamenlijk zijn er ongeveer 6500 verschillende soorten in de 3,6 hectare metende tuin aanwezig.

Oude gebouwen

In Akureyri is nog een klein aantal oude huizen aanwezig. Het oudste gebouw in Deense stijl, is het Laxdalshús (Hafnarstræti 11). Dit zwartgeschilderde pand met witte kozijnen dateert uit 1795. Binnen is een tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van Akureyri. Uit 1856 stamt het Friðbjarnarhús (Adalstræti 46). Tot 2009 was de IJslandse orde van Goede Tempelieren, welke in 1884 mede door ene Friðbjörn Steinsson (naamgever van het pand) werd opgericht, in het pand gehuisvest. Momenteel is er een tentoonstelling van speelgoed uit de negentiende eeuw te bezichtigen.

Het in 1903 gebouwde wit gekleurde huis Sigurhæðir (Eyrarlandsvegur 3) is eveneens bijzonder. Hier woonde Matthías Jochumsson (1835–1920) tot hij stierf. Hij is vooral bekend als schrijver van Lofsöngur, het IJslandse volkslied. Zijn huis is tegenwoordig ingericht als museum ter ere van zijn leven en werk. Het uit 1944 daterende huis van dichter Davíð Stefánsson (1895–1964), Davíðhús, (Bjarkarstígur 6) is eveneens ingericht als museum.

Nonni en Manni

Het huis waar schrijver Jón Sveinsson ooit ongeveer vijf jaar lang woonde is tegenwoordig een museum. Het behoort tot de oudste panden van het dorp en wordt Nonnahús (website) genoemd, naar de koosnaam van de schrijver: 'Nonni'. Zijn broer Ármann werd 'Manni' genoemd. Jón Sveinsson leefde het grootste deel van zijn leven buiten IJsland. Hij werd geboren op 16 november 1857 te Möðruvellir. Op zijn zevende verhuisde hij met zijn arme familie mee naar Akureyri. Nadat zijn vader 'Svein' overleed, werd hij in 1870 op twaalfjarige leeftijd door een Fransman meegenomen naar Frankrijk. Die Fransman financierde een opleiding voor hem. Na de opleiding aan de Latijnse school te Amiens (Frankrijk) werd hij in 1878 Pater in de orde van de Jezuïeten, waarna hij nog een aantal jaren studeerde in Frankrijk, België en Nederland. Vanaf 1883 gaf hij twaalf jaar les aan een katholieke school in Ordrup (Denemarken). Daarna moest hij wegens ziekte (reuma) het onderwijzen opgeven. In deze periode begon hij met het schrijven van in totaal twaalf kinderboeken over zijn jeugd. Ook reisde hij de hele wereld rond om lezingen te geven. Tussen zijn vertrek uit IJsland en zijn dood op 16 oktober 1944 te Keulen, is Nonni nog slechts tweemaal kort in IJsland geweest. Wel was hij verschillende malen in Nederland, waar hij enige tijd leefde in het jezuïetenklooster te Valkenburg. Enigszins bekend in Nederland is Jón Sveinsson van de kinderserie 'Nonni & Manni' (die Jungen vom der Feuerinsel), welke in Nederland door de VPRO werd uitgezonden (klik hier voor een trailer) en die zich afspeelt in de plaats Möðruvellir rond 1869. Deze serie is gebaseerd op de boeken die Jón Sveinsson in het Duits publiceerde. In het museum zijn onder andere de enige bestaande bewegende beelden van Jón Sveinsson te bewonderen. Deze werden opgenomen in Valkenburg, Nederland.

Kerken

Op een heuvel achter de hierboven genoemde Sigurhæðir is de Akureyrarkirkja (website) nadrukkelijk in Akureyri aanwezig. Deze ietwat Sovjetfuturistisch ogende betonnen Evangelisch-Lutherse kerk, werd ontworpen door staatsarchitect Guðjón Samúelsson (1887–1950). Guðjón Samúelsson is overigens ook de architect van de Hallgrímskirkja in Reykjavík. De entree van de 1940 ingewijde Akureyrarkirkja is bereikbaar via een trap die 112 treden telt. Het interieur van de kerk is vrij sober. Bijzonder is de aanwezigheid van het op één na grootste orgel van IJsland en een zeventiental gebrandschilderde glas-in-loodramen, waarvan er eentje afkomstig is uit de Saint Michael's Church in het Engelse Coventry. Die kerk werd op 14 november 1940 ernstig getroffen tijdens een bombardement van de Duitsers op de stad. In een filmpje van British Pathé is goed te zien hoe ernstig de kerk beschadigd raakte. De bewoners van Akureyri waren de eersten die daarop hulp boden aan Coventry en als dank kregen ze de ramen.

Een andere kerk in het dorp is de Péturskirkja (Eyrarlandsvegur 26). Het is een witte katholieke kerk met een rood dak. De twee in 1912 gebouwde panden, waarin de kerk gevestigd is, werden in 1954 opgekocht om er een kerk in te stichten.

Hof Menningarhús

Ook het Hof Menningarhús (Strandgata 12) is prominent in de plaats aanwezig. Het ronde betonnen gebouw is in 2010 gebouwd om er (muziek-)voorstellingen te geven. In de grote zaal passen 500 mensen.

Musea

Sinds 1993 is in de plaats de Akureyri Municipal Art Gallery (Kaupvangstraeti 12) gevestigd in een gebouw in typische Bauhaus-stijl. In het museum zijn wisselende tentoonstellingen, voornamelijk met moderne kunst van IJslandse schilders, te bezichtigen. Eveneens aanwezig zijn een volksmuseum (Minjasafnid á Akureyri, Adalstræti 58), mineralenmuseum (Hafnarstræti 90), het IJslands motorenmuseum (Mótorhjólasafn Íslands, Krókeyri 2) en een museum over de broedvogels op IJsland (Náttúrugripasafnid, Hafnarstræti 81). Bij het vliegveld van Akureyri is een flinke loods ingericht als luchtvaartmuseum. Tevens beschikt de plaats over een theater; het Leikfélag Akureyrar. De Nýja bíó (Ráðhústorgi) is een bioscoop die, zo staat op de grote witte gevel, in 1929 gebouwd werd.

Zwemmen, golfen en skiën

Het zwembad van de plaats is eveneens een bezoekje waard. Het Sundlaug Akureyrar behoort tot de populairste zwembaden van het land. Er is een wedstrijdzwembad (25 meter) aanwezig. Tevens zijn er baden met warm bronwater, een Turks stoombad en glijbanen. Op de 18-holes golfbaan Jaðarsvöllur wordt jaarlijks het Arctic Open (link) gespeeld. Dit is een all-night middernachtzon golftoernooi dat op één van de noordelijkst gelegen golfbanen ter wereld afgewerkt wordt. Op de berg Hlíðarfjall, op vijf kilometer afstand van het plaatsje, is een populaire skipiste (website) aanwezig, waar een groot deel van de winter geskied kan worden.

Bereikbaarheid

Het logo van stadsbusbedrijf SVA

Vanuit Reykjavík is Akureyri gemakkelijk te bereiken met de auto. Via de (snel)weg 1 langs de noordkant (met de klok mee) van het eiland, kom je na 386 kilometer vanzelf in Akureyri terecht. De weg loopt dwars door de plaats heen, dus dat kan niet missen. De reistijd bedraagt bij gunstige omstandigheden ongeveer vijf uur. De meeste mensen zullen het echter rustiger aan doen. Vanaf de BSÍ-busterminal in Reykjavík rijden (vanaf 1 mei tot 30 september) dagelijks bussen van busmaatschappij Sterna naar de plaats. De frequentie van het aantal bussen per dag ligt echter niet hoog. Behalve de bus van Sterna, rijdt buslijn 57 van Strætó tweemaal daags naar Akureyri vanaf busstation Mjódd, dat gelegen is buiten het centrum van Reykjavík (o.a. stadsbus 3 en 4 van Strætó doen dit busstation aan). De busterminal van Akureyri is de op één na grootste in IJsland. Hier vandaan worden busdiensten naar verschillende plaatsen in IJsland uitgevoerd. Onder andere door de busbedrijven Strætó, SBA-Norðurleið en Sterna. Ook de stadsbussen van Akureyri (SVA) vertrekken vanaf dit busstation. Er zijn 6 stadsbuslijnen en het fijne is dat daarvan helemaal gratis gebruik kan worden gemaakt.

Op drie kilometer te zuiden van het centrum ligt het vliegveld Akureyrarflugvöllur. Van hieruit is het mogelijk naar de luchthaven van Reykjavík te vliegen met de maatschappij Air Iceland. Tevens zijn er vluchten naar bijvoorbeeld het eiland Grímsey. Enigszins in de buurt van het vliegveld stoppen de SVA stadsbuslijnen 4 en 7. Uitstappen moet dan bij de ijshal (Skautahöllin). Vanaf hier is het ruim 1200 meter lopen naar de terminal van de luchthaven. Een taxi nemen van en naar het centrum zal dus voor velen een betere optie zijn.

Vanuit Akureyri is het in oostelijk richting via (snel)weg 1 anderhalf uur rijden naar het populaire meer Mývatn. Op de route in die richting ligt ook de waterval Goðafoss.

Relevante links

terug naar boven





Foto's

Wapen van de stad Akureyri
Uitzicht over Akureyri