Jökulsárlón

Tussen Höfn en Skaftafell, aan de zuidoostkust van IJsland, ligt het grootste gletsjermeer van het land. Deze beroemde locatie wordt Jökulsárlón (gletsjerlagune) genoemd.

De lagune beslaat een oppervlakte van iets minder dan 20 vierkante kilometer en is op het diepste punt ongeveer 248 meter diep (het diepste meer van IJsland) en wordt door een landengte gescheiden van de oceaan. Spectaculair is dat er grote stukken ijs in het smeltwaterreservoir drijven. Deze stukken ijs zijn afkomstig van de gletsjertong Breiðamerkurjökull, wat een uitloper is van de Vatnajökull-gletsjer en waarvan de rand op ongeveer vier kilometer van de kust ligt. Wanneer de gletsjer het gletsjermeer bereikt, breken dertig meter hoge stukken ijs massaal af, waardoor in de lagune honderden ijsschotsen aanwezig zijn. De ijsschotsen, waarvan alleen de 10% die boven het water uitsteekt zichtbaar is, kunnen wel duizenden jaren in de gletsjer aanwezig zijn geweest. Langzaam drijven de schotsen door het brakwater vanuit de lagune via de korte rivier Jökulsá á Breidamerkursandi richting de oceaan.

Ontstaan van de lagune

Ongeveer duizend jaar geleden lag de rand van de Breiðamerkurjökull-gletsjertong zo'n twintig kilometer verder landinwaarts. Toen de zogenaamde 'kleine ijstijd' (een relatief koude periode van de vijftiende tot en met de negentiende eeuw) zijn intrede deed, begon de gletsjerrand zich langzaam richting de kust te verplaatsen. Door deze verplaatsing werd de ondergrond tot op grote diepte weggespoeld. Uiteindelijk stopte de expansie van de gletsjer rond 1890 op ongeveer een kilometer van de kust, op het moment dat zich weer een warmere periode aandiende. Met name tussen 1920 en 1965 trok de gletsjer zich snel terug. Vanaf 1948 begon de lagune te ontstaan op de plek waar eens de gletsjertong aanwezig was. In feite zijn alle gletsjers in IJsland sinds 1890 aan het krimpen. De Vatnajökull-gletsjer heeft sindsdien 7% in omvang ingeboet. De gletsjer Ok (nabij de plaats Reykholt in het westen van IJsland) is zelfs zo goed als verdwenen.

Jökulsárlón tegenwoordig

De ijsschotsen in de lagune hebben allerlei verschillende kleuren. Velen zijn zwart/grijs gekleurd. Deze kleur is afkomstig van het sediment dat door de bewegende gletsjer wordt meegesleurd of van de neerslag die op de gletsjer neerdaalt. Naarmate langs de randen een groter deel van de gletsjer smelt, neemt de concentratie sediment in het nog wel aanwezige ijs toe, waardoor een donkere kleur ontstaat. Andere ijsschotsen zijn helder glinsterend als een diamant. Soms hebben ze een melkwitte of ijsblauwe kleur en soms zijn ze zelfs groen. Al met al vormen zij gezamenlijk een wonderlijk landschap in het blauwgroene water van de lagune.

Om de boel van dichtbij te bekijken, is het mogelijk een excursie te maken met een amfibisch voertuig, luisterend naar de naam Dreki (draak), Klaki (ijs), Jokull (gletsjer) of Jaki (ijsschots). Deze rijdt een stukje over het land, om daarna de lagune in te duiken en tussen de ijsschotsen door te dobberen. Er heerst hier een mysterieus soort serene rust. De logge ijsblokken blijken langzaam te bewegen op de stroming in het meer. Het lijkt haast een dans, waarbij sommige schotsen hard met elkaar in botsing komen en grote stukken van elkaar af slaan. En wanneer het evenwicht van een enorm ijsblok zich verplaatst tijdens het smelten, tuimelt deze pardoes om, waarna alleen een grote golf nog getuigt van hetgeen gebeurd is. In het stille water doemt soms een zeehond op. Het maken van de tocht in het amfibisch voertuig is op zich een aanrader, maar ook vanaf de brug in de ringweg, de paden daar omheen en op het strand is veel te zien. De tochten met de amfibische voertuigen zijn te maken van eind april tot eind november en in het hoogseizoen vertrekt er elk halve uur wel eentje voor en tochtje. De rondvaarten nemen ongeveer veertig minuten in beslag.

Uiteindelijk doorkruisen de ijsschotsen de landengte richting oceaan via het anderhalve kilometer korte riviertje Jökulsá á Breidamerkursandi - met en gemiddeld debiet van 250 tot 300 kuub water per seconde - aan de oostzijde van het meer. Zo drijven ze onder de in 1967 aangelegde brug in de ringweg door richting de oceaan. De meeste ijsblokken eindigen in de branding of op het zwarte strand, dat over een afstand van honderden meters bezaaid ligt met deze resten van de gletsjer. Tijdens het smelten blijft alleen het heldere ijs over, waardoor het lijkt of het door mensen gemaakte ijssculpturen zijn.

In Jökulsárlón opgenomen films

De lagune vormde meerdere malen het decor voor grote filmproducties. Zo werden er delen van twee James Bond-films opgenomen: 'A view to a kill', uit 1985, met Roger Moore als 007 en in 2002 vertolkte Pierce Brosnan die hoofdrol in 'Die another day'. Naar verluid dronken de geheim agenten tijdens de opnamen een geschudde wodka met droge Martini waar niet in was geroerd. Ook beelden uit de film 'Lara Croft: Tomb Raider', uit 2001, met Angelina Jolie in de hoofdrol en 'Batman begins', uit 2005, zijn bij Jökulsárlón geschoten. Beelden uit de videoclip van het nummer Colour the World (1999) van de Duitse DJ Sash! en Dr. Alban (de zingende tandarts) zijn opgenomen in Jokulsarlon. En als het goed genoeg is voor Dr. Alban, kunt u er als goedbedoelende toerist natuurlijk in principe ook niet omheen.

Andere gletsjermeren

Tussen Skaftafell en Jökulsárlón liggen nog twee soortgelijke gletsjermeren. Deze meren dragen de namen Breiðárlón en Fjallsárlón. Ook deze meren liggen aan de uiteinden van tongen van de Vatnajökull-gletsjer. Deze meren zijn met elkaar verbonden met een riviertje en vanuit Fjallsárlón loopt het water richting de oceaan.

F985

Voor de ervaren bestuurders van een vierwielaangedreven auto verdient het de aanbeveling een poging te wagen de weg F985 te bedwingen. Deze bijzonder spectaculaire weg begint bij het plaatsje Smrylabjörg op enkele kilometers ten oosten van Jökulsárlón en leidt richting een op 815 meter hoog gelegen restaurant waar van één van de mooiste uitzichten op de gletsjer Vatnajökull genoten kan worden. De locatie van deze route is te vinden via deze link naar Google Maps.

Bereikbaarheid

Jökulsárlón is eenvoudig bereikbaar via ringweg 1. Het ligt op de route tussen het natuurpark Skaftafell en het plaatsje Höfn. Höfn ligt ruim 75 kilometer ten oosten van de lagune en Skaftafell ligt ongeveer 55 kilometer naar het zuiden. De routebus die op dit traject rijdt, stopt ruim twintig minuten bij het meer. Dat is niet lang genoeg om de rondvaart te maken. Er is in het hoogseizoen echter ook een bus die meerdere malen per dag van Skaftafell naar de lagune rijdt en twee uur later weer terug. Onder andere vanuit Reykjavík, Skaftafell en Höfn kunnen busreizigers gebruik maken van buslijn 51 van Strætó, welke de plaats verbindt met het busstation Mjódd in de hoofdstad. Er is geen kampeerplaats of andere mogelijkheid tot overnachten bij de lagune aanwezig. Wel zijn er een soort informatiecentrum, een restaurant en kiosk te vinden.

terug naar boven





Foto's