Grímsey

Het meest noordelijk gelegen stukje bewoond IJsland is het eiland Grímsey, dat op 40 kilometer uit de kust ten noorden van IJsland ligt en de noordpoolcirkel (Norðurheimskautsbaugurinn) kruist. Sandvík is het enige dorpje op het eiland. Er wonen ongeveer 150 mensen. De oppervlakte van het eilandje is ongeveer 5,3 vierkante kilometer. Het hoogste punt ligt op 105 meter en wordt Vænghóll genoemd. Grímsey betekent 'het eiland van Grim'. De Grim die hiermee bedoeld wordt, is Vestfjarða-Grímur Sigurdsson; een vogelvrij verklaarde die volgens een eeuwenoude verzonnen saga woonde op het eiland.

De bewoners van het eiland houden zich met name bezig met de veeteelt en visserij. De kustlijn van het eiland bestaat met name uit hoge bruine kliffen, behalve in het zuidwesten waar het havenplaatsje Sandvík ligt. Die plaats bestaat uit niet veel meer dan een paar huizen, een zwembad, een schooltje, een dorpshuis (Mulí) en een minuscuul kerkje (Miðgarðakirkja). Deze laatste werd in het jaar 1867 gebouwd van wrakhout en is in 1956 gerenoveerd. Tevens is er op het eilandje een airstrip aanwezig voor de verbinding met het vaste land via de lucht. Nabij de landingsbaan staat het enige guesthouse (Básar). Hoewel op het eiland geen bomen zijn te vinden, is het er het grootste deel van het jaar erg groen. Er is een meertje aanwezig op het eiland. Dat wordt Hólatjörn genoemd. De enige weg op het eiland heeft een lengte van drie kilometer en loopt langs de westkant van het eiland van de vuurtoren op de zuidelijke punt, Flesjar, dwars door het dorpje naar het vliegveld.

Het eiland is vooral populair onder vogelaars. Een groot aantal soorten zeevogels nestelt hier. Vooral de verschillende soorten alken bouwen hun nest op de kliffen. Het eiland biedt als één van de weinige plekken in IJsland de mogelijkheid de papegaaiduikers (puffins) tot vrij dichtbij te naderen. Heel af en toe verschijnen er, op drijfijs afkomstig van Groenland, ook ijsberen voor de kust van Grímsey. Dat zijn dan ook de enige zoogdieren die het eiland op natuurlijke wijze betreden. Er leven zelfs geen ratten of muizen op het eiland. Tijdens een bezoek in de winter, kan op heldere nachten het poollicht (aurora borealis) worden aanschouwd vanaf het eiland.

Dat het eiland ver afgelegen ligt, wordt geïllustreerd door de aanwezigheid van een veel gefotografeerde richtingaanwijzer, waarop verre bestemmingen worden aangewezen: Reykjavík is 325 kilometer ver, Londen is 1.949km., Moskou 3.103km., New York 4.445km., Tokio 8.494km. en Sydney maar liefst 16.317 kilometer! Indien er ook aanwijzers richting Amsterdam en Brussel aan de paal zouden hangen, dan zouden de afstanden daarop respectievelijk ongeveer 2016 en 2145 kilometer bedragen.

Het is een klein wonder heten dat Grímsey überhaupt nog bewoond wordt. In 1793 werd het eiland namelijk geplaagd door de pest. Bijna iedereen stierf en de boot, met zes mannen die naar het vaste land trokken om hulp te halen, zonk. De priester was de enige mannelijke overlevende op het eiland. Onbaatzuchtig als hij was besloot hij van de nood een deugd te maken, waardoor een nieuwe gemeenschap kon ontstaan.

Poolcirkel

De poolcirkel doorkruist Grímsey iets ten noorden van de landingsbaan van het vliegveld. Deze denkbeeldige lijn ligt onder een hoek van 66° 33' 44" noordwaarts ten opzichte van de evenaar. De poolcirkel geeft de lijn aan waarboven in de zomermaanden rond 21 juni de zon een aantal nachten per jaar niet onder gaat en in de winter rond 21 december de zon enkele dagen niet opkomt. Over de aanwezigheid van de poolcirkel op Grímsey doen bizarre verhalen de ronde. Zo zou de cirkel de echtelijke sponde in het huis van een boerenfamilie splitsen. De meeste van dergelijke verhalen kunnen niet waar zijn, omdat de poolcirkel niet op een vaste plek ligt. Door de axiale variatie in de draaiing van de aarde om haar as, verschuift de ligging van de noordpoolcirkel met ongeveer 15 meter per jaar. Grappig is dat er op het eiland certificaten verkrijgbaar zijn die later, op feesten en partijen, als bewijsstuk voor het passeren van de noordpoolcirkel kunnen dienen.

Doordat door het jaar heen slechts weinig zonlicht het eiland bereikt, was een groot deel van de gemeenschap van Grímsey in het verleden kleurenblind. Dit was vooral terug te zien in de monotone kleur van de kleding van de bewoners. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een Amerikaanse arts naar het eiland om de kwaal te verhelpen. Sindsdien lopen de eilanders er een stuk fleuriger bij en zijn ook hun huisjes keurig in verschillende kleuren geschilderd.

Daniel Willard Fiske

Daniel Willard Fiske

Elk jaar op 11 november vieren de bewoners van Grímsey de verjaardag van Daniel Willard Fiske (1831 – 1904). Deze Amerikaanse miljonair raakte tijdens zijn studie aan de Uppsala University in Zweden erg geïnteresseerd in IJsland en schaken (skák in het IJslands). Vooral de geschiedenis van het spel interesseerde hem. Een vroeg schaakspel werd op IJsland geïntroduceerd door de Vikingen. Het spel was in vrijwel alle noordelijk gelegen landen lange tijd erg populair. Ook op Grímsey werd het in het verleden veel gespeeld en de bewoners van het eiland stonden bekend als de beste schakers van IJsland. Volgens overleveringen zouden de bewoners zelfs zo gepassioneerd van het spel zijn geweest, dat enkelen van hen vanaf de hoge klif Miðgarðabjarg in de koude oceaan hun dood tegemoet sprongen na een verloren partijtje. Fiske, die zelf nooit op Grímsey is geweest, schonk onder andere aan elk van de elf families die op het eiland woonden een marmeren schaakset, plus eentje extra. Het laatst overgebleven exemplaar daarvan is te zien in de bibliotheek in de Múli. Toen Fiske in 1904 overleed, liet hij twaalfduizend dollar achter aan de bewoners van het eiland. Van dit geld moesten een school en bibliotheek worden gebouwd. Ter nagedachtenis aan de weldoener nuttigen de bewoners jaarlijks op de geboortedag van Fiske gezamenlijk een kop koffie en cake.

Bobby Fischer

Niet alleen schaker Fiske had een sterke band met IJsland. De Amerikaanse schaaklegende Robert James 'Bobby' Fischer (1943 – 2008) sleet namelijk zijn laatste dagen in IJsland. In de Laugardalshöll te Reykjavík werd de schaakgrootmeester in 1972 wereldkampioen na een partij tegen de Rus Boris Spassky. Dit duel wordt ook wel 'the Match of the Century' genoemd. In 1992 nam Fischer het in het toenmalige Joegoslavië op het eilandje Sveti Stefan (in het huidige Montenegro) en in Belgrado opnieuw op tegen Spassky. Tegen Joegoslavië bestonden op dat moment echter VN-sancties en een handelsembargo, omdat het land in oorlog was, waardoor Fischer er helemaal niet had mogen spelen. Fischer had daar lak aan en weigerde bovendien belasting te betalen over de drie miljoen dollar die hij met de partij verdiende. Daarover raakte hij in conflict met zijn thuisland. Uiteindelijk gaf hij zijn Amerikaans staatsburgerschap op. Als stateloos persoon verbleef hij in verschillende landen, totdat hij in Japan werd vastgezet. Onder voorwaarde dat hij op humanitaire gronden IJslands staatsburger mocht worden, werd hij door Japan in maart 2005 uitgeleverd aan IJsland, waar hij in vrijheid leefde totdat hij op 17 januari 2008 stierf aan nierfalen. Hij ligt begraven bij het witte kerkje Laugardælakirkja in het plaatsje Laugardælir op ongeveer een kilometer ten noordoosten van Selfoss, Suðurland (locatie). Zijn laatste rustplaats wordt gemarkeerd door een bescheiden witte steen. De tafel waaraan de schaakpartij gespeeld werd, is tegenwoordig te bezichtigen in het nationaal museum te Reykjavík. Een uitgebreider verhaal over Fischer op deze website is hier te vinden.

Kolbeinsey

Het werkelijk noordelijkste puntje van IJsland is het onbewoonbare en onbegaanbare eilandje Kolbeinsey. Het eilandje, dat op een kleine 74 kilometer ten noordwesten van Grímsey ligt, is sterk aan erosie onderhavig en heeft nog slechts een oppervlakte van een cirkel met een diameter van ongeveer vijf meter (volgens foto's uit september 2011). Zeer waarschijnlijk zal het eilandje binnen een jaar of tien definitief verdwijnen. Kolbeinsey is overigens genoemd naar ene Kolbein Sigmundsson uit het Skagafjörður. Toen hij in de tiende eeuw zo verbolgen raakte over de politieke omkeringen in IJsland, besloot hij richting Groenland te vertrekken. Ver kwam hij niet, want hij verging met man en muis nadat hij op de rotsen van Kolbeinsey schipbreuk leed.

Bereikbaarheid

Het eiland is het gemakkelijkst te bereiken vanuit de plaats Akureyri. Vanaf de luchthaven aldaar vertrekt enkele malen per week een vliegtuig van Air Iceland. De vlucht neemt ongeveer 25 minuten in beslag. Het is bijvoorbeeld mogelijk om vanuit Akureyri een dagtocht met het vliegtuig te maken naar het eiland. Een andere manier om Grímsey vanuit Akureyri te bereiken is met de bus/auto en boot. De boot Sæfari van rederij Landflutningar Samskip (link) vertrekt 's ochtends om 9:00uur vanuit het plaatsje Dalvík. Dat is een plaatsje met ongeveer 2000 inwoners op ongeveer 44 kilometer ten noorden van Akureyri. Er is een busverbinding (vertrek om 7:50uur) die aansluit op het vertrek van de boot. De busrit duurt ruim een half uur en de overtocht met de boot neemt ongeveer drie uur in beslag. Soms vaart de boot via het eiland Hrísey. Aan het eind van de middag (rond 16:00uur) vertrekt de boot weer terug naar Dalvík.

Overnachten kan in het Básar guesthouse, waar zowel eenvoudige kamers als stapelbedden voor slaapzaktoeristen zijn te boeken. Kamperen mag op Grímsey overal op redelijke afstand buiten de bebouwde kom.

terug naar boven





Foto's

Markering van de poolcirkel