Geysir

De naam Geysir wordt gebruikt om een hoge temperatuur geothermisch gebied in de Haukadalur-vallei (Haviksdal) aan te duiden. Vanwege het feit dat warmte uit het diepste van de aarde in dit gebied kan opstijgen naar de oppervlakte, vinden hier verschillende geothermische activiteiten plaats. Het gebied meet ongeveer 3 km² en ligt op ongeveer 7 kilometer ten zuidwesten van de watervallen Gullfoss even ten oosten en aan de voet van de berg Bjarnarfell. Het gebied is een populaire toeristische attractie vanwege de geisers die er aanwezig zijn. Deze spuiten kokend hoog de lucht in. Momenteel is vooral de geiser Strokkur actief. Om de paar minuten spuit deze water recht omhoog de lucht in tot een hoogte van wel 20 meter. In het verleden spoot ook de geiser Great Geysir er lustig op los. Deze geiser stond erom bekend water maar liefst 70 meter de lucht in te spuiten. Het verschijnsel van de spuitende geisers is uniek in Europa. De grootste geisers ter wereld staan echter in het Yellowstone National Park, in de staat Wyoming in de VS. De Steamboat Geyser aldaar spuit maar liefst 70 meter hoog.

Geschiedenis

Volgens geologen moet het geothermische gebied, waarin de geisers gelegen zijn, ongeveer 10.000 jaar geleden zijn ontstaan. Door de eeuwen heen hebben er voortdurend veranderingen plaatsgevonden. Vooral aardbevingen hebben invloed op de activiteit in het gebied. Het aantal uitbarstingen van de geisers is voortdurend aan verandering onderhevig. Soms waren ze jaren niet actief, om daarna na tientallen jaren plots te ontwaken nadat er een aardbeving had plaatsgevonden.

In het jaar 1294 werd er voor het eerst over de aanwezigheid van de geisers geschreven en sindsdien zijn veel veranderingen in de activiteit geregistreerd. Zo spoot de Geysir in het verleden tot wel 100 meter hoogte en de Strokkur tot wel 60 meter. In 1907 stopte de Strokkur met het spuiten van water. De Geysir spoot vanaf 1954 niet meer. Een uitbarsting kon wel worden opgewekt door middel van het gebruik van zeep. Nadat er 40 tot 50 kilo zeep in de Geysir gekiept was, barstte deze uit. Dit werd vooral gedaan op nationale feestdagen. In 1963 werd de Strokkur tot op 40 meter diepte schoongemaakt met behulp van een boor. Sindsdien barst de geiser om de 8 tot 10 minuten uit. De Geysir barst af en toe uit, maar komt nooit hoger dan 15 meter. Na aardbevingen in de toekomst, zal hoogstwaarschijnlijk ook de huidige situatie en activiteit wijzigen.

Hoe de geisers werken

Diep in de relatief dunne aardkorst van IJsland is water aanwezig. Dat water kan daar ontzettend warm worden, omdat het dicht bij de gloeiendhete vloeibare aardkern ligt. Via natuurlijke kanalen kan op plaatsen waar de aardkorst dun is soms een verbinding met de oppervlakte ontstaan, zoals dat bij geisers het geval is. Aan de oppervlakte ligt het kookpunt van water normaal gesproken op 100℃. Door het gewicht van het water erboven, neemt de druk op het onderaardse water evenredig met de diepte toe. Hierdoor heeft het water op diepte tevens een hoger kookpunt dan aan de oppervlakte. Het water erboven fungeert als het ware als een deksel, die ervoor zorgt dat het dieper gelegen water niet kan koken.

Bij Geysir heeft het water op 23 meter diepte een temperatuur van 120℃. Op 16 meter diepte bereikt het water soms het kookpunt voor die diepte. Daardoor ontstaat waterdamp. Waterdamp heeft ongeveer 1200 maal het volume van vloeibaar water. Als er waterdamp ontstaat wordt de watermassa erboven opgetild. Vervolgens ontstaat een kettingreactie. Doordat steeds meer water opgetild wordt, neemt de druk op diepte steeds verder af, waardoor er steeds meer water het kookpunt kan bereiken en er steeds meer waterdamp ontstaat. Het gevolg is dat het water met kracht omhoog wordt gedrukt, waarbij een straal water hoog de lucht in spuit. Tijdens een uitbarsting van de geiser, komt ook het waterdamp naar boven. De kettingreactie wordt gestopt doordat afgekoeld water terug de kanalen in stroomt en het aldaar aanwezige water weer onder het kookpunt brengt. De Geysir heeft op dit moment ongeveer drie erupties per dag en spuit water tot maximaal 15 meter de lucht in. De Strokkur is veel actiever en barst om de 8 tot 10 minuten uit en spuit water tot maximaal 20 meter de lucht in.

Naamgeving van de geisers

De naam Geysir is afkomstig van het IJslandse werkwoord að gjósa, wat 'spuiten' betekent. Het is internationaal gezien de naamgever van het fenomeen en overal ter wereld zijn geisers en warmwaterbronnen naar Geysir vernoemd. Strokkur betekent 'karnton'. Die naam dankt de geiser aan de op en neer gaande beweging van het water voordat een eruptie plaatsvindt. Dit schijnt te lijken op de manier waarop melk in een karnton wordt bewogen wanneer boter gemaakt wordt. Er zijn in totaal ongeveer dertig geisers in het gebied. Zij dragen namen als Smiður (de timmerman), Fata (de emmer), Sódi (de zode), Óþerrishola (de regenmaker), Litli Geysir (de kleine Geysir) en Litli Strokkur (de kleine Strokkur). De belangrijkste warmwaterbronnen dragen namen als Konungshver (de koningsbron) en Blesi (de blazer, als het jasje bij een pak). De Konungshver is de noordelijkst gelegen poel, met daarbij stenen met inscripties van de Deense koningen. Zoals van Christiaan IX, die de bron bezocht in het jaar 1874, koning Frederik VIII, die de geisers met een bezoekje vereerde in 1907 en koning Christiaan X die de boel in het jaar 1922 onveilig kwam maken.

Een bezoek

Jaarlijks trekken ongeveer 150.000 toeristen naar het park om het betere spuitwerk te aanschouwen. Eigenlijk kon het park altijd gratis bezocht worden, maar sinds 10 maart 2014 moet er ISK 600 aan entreegeld worden neergeteld voor een bezoek. Sindsdien bestaat er een dispuut tussen de beheerders van het park en de overheid. Nabij het park is een parkeerterrein aanwezig, met daarbij een informatiecentrum, hotel, restaurant, museum, zwembad en zelfs een golfbaan. Aan de overzijde van de weg is een camping aanwezig. Bij het betreden van het park is het aan te raden goed de aanwijzingen op de borden na te leven. Het belangrijkste is het om binnen de paden te blijven en onder geen beding achter een omheining te gaan staan. De grond kan hier namelijk gevaarlijk heet zijn, waardoor je gemakkelijk de voeten brandt. Het verdient hierbij de aanbeveling buitengewoon alert te zijn met spelende kinderen. Het sproeiwater van de geisers is door het contact met de lucht afgekoeld wanneer het weer daalt richting de grond. Veel meer dan zeiknatte kleding hou je er dus niet aan over als je tijdens een eruptie van een geiser aan de verkeerde kant staat. Vanzelfsprekend is het niet toegestaan spullen in de geisers te gooien.

Nabij de ingang bevinden zich aan de linker zijde een aantal kleine geisers, borrelende modderpoelen en warmwaterbronnen. De namen van de geisers staan op bordjes aangegeven. Verderop ligt eveneens aan de linkerzijde van het pad de Strokkur, welke zoals gezegd regelmatig tot uitbarsting komt. Het is daarmee de spectaculairste bezienswaardigheid van het park. De Geysir ligt aan het eind van het park op ongeveer 50 meter ten noordoosten van de Strokkur.

Na de Geysir is het mogelijk door te lopen naar twee natuurlijke baden. Daarvan is eentje een natuurlijke mineraalrijke warmwaterbron die Blesi (blazer; als kledingstuk) wordt genoemd. Het ene 'bad' is kokendheet en levert ongeveer een liter water per seconde, waarmee het andere bad via het tussenstuk dat de blazer moet voorstellen, met een diepte van ongeveer een meter en een watertemperatuur van ongeveer 40℃, wordt gevuld. Door de opgeloste mineralen is het water ijsblauw van kleur. Vooral fotografen zullen een bezoek aan deze bronnen op prijs stellen.

In het museum nabij de ingang van het park is een tentoonstelling te bezichtigen over de seismische activiteit in de omgeving. In een ander deel zijn zaken te bezichtigen over de vegetatie en het dierenleven in IJsland. In hetzelfde pand is ook een zelfbedieningsrestaurant aanwezig. Tevens bevindt zich hier een grote souvenirwinkel. Het grote standbeeld van een kabouter dat in de buurt staat, moet de trol Þorgeir voorstellen. Hij wordt gezien als de beschermer van de geisers.

Overigens is, zoals overal in geothermische gebieden op IJsland, bij Geysir de onwelriekende en penetrante geur van waterstofsulfide (H₂S) zeer nadrukkelijk aanwezig. Deze lucht doet denken aan de geur van verrotte eieren.

Tijdens een bezoek aan het park is het de moeite waard een wandeling te maken. Zo kan tijdens een wandeling de heuvel Laugarfell beklommen worden. Deze biedt een mooi uitzicht over het gebied met de actieve geisers. Tevens is het mogelijk in het dal door het grootste (aangeplante) bos van zuid-IJsland te wandelen. Tijdens een wandeling is een bezoek aan het buitengewoon pittoreske kerkje Haukadalskirkja, even ten noorden van de geisers (vanuit het informatiecentrum rechtsaf en de eerste weg linksaf), aanbevolen. Al in de twaalfde eeuw was in het dal een kerk aanwezig. Het huidige kerkje is grondig gerestaureerd in 1938, maar werd oorspronkelijk gebouwd in het jaar 1842, daarmee is het de oudste nog staande houten kerk in IJsland.

Bereikbaarheid

Een bezoek aan Geysir in de Haukadalur-vallei maakt deel uit van de onder toeristen erg populaire busexcursie 'Golden Circle'. Tijdens het hoogseizoen kan het daardoor vrij druk worden bij de geisers. De excursie is voor toeristen de eenvoudigste wijze om de geisers te bereiken. Deze excursies zijn bij wijze van spreken overal in Reykjavík te boeken. Vanaf de BSÍ-busterminal in de hoofdstad vertrekt overigens ook een lijndienst naar de geisers.

Op eigen gelegenheid zijn de geisers met de auto ook vrij eenvoudig te bereiken. Vanaf de (snel)weg 1 (Suðurlandsvegur) vanuit Reykjavík, is het mogelijk om na ongeveer 45 kilometer (vlak voor het plaatsje Selfoss) links af te slaan de 35 (Biskupstungnabraut) op. Geysir ligt na ongeveer 55 kilometer aan deze weg. Overigens is het aan te bevelen om, als je hier toch bent, ook de nabijgelegen watervallen van Gullfoss te bezoeken.

Wanneer je wenst de route van de Golden Circle met de auto te vervolgen. Dan is het volgende hoogtepunt Þingvellir. Hier geraak je door direct vanuit Geysir in zuidelijke richting de 35 (Biskupstungnabraut) te nemen. Na 9 kilometer is er een afslag naar rechts de 37 (Laugarvatnsvegur) op. Na ongeveer 24 kilometer is er vervolgens een afslag (rechtsaf vlak na het meer Laugarvatn) de niet al te best begaanbare 365 (Gjábakkavegur), die na 16 kilometer eindigt op de 36 die (wederom rechtsaf) naar Þingvellir leidt. Als alternatief is het ook mogelijk vanuit Geysir terug te rijden over de 35 tot aan de afslag (rechtsaf) naar de 36 die zoals gezegd rechtstreeks naar Þingvellir leidt.

terug naar boven





Foto's

De Strokkur tussen twee erupties in
De Strokkur tijdens een eruptie
Geysir als afgebeeld op een postzegel