Heimaey

Heimaey is een eiland dat op ongeveer 7,4 kilometer ten zuiden van IJsland ligt. Heimaey is, met een oppervlakte van 13,4 vierkante kilometer, het grootste eiland van de Vestmannaeyjar-archipel, die uit een groep vulkanische eilandjes bestaat. Heimaey is het enige bewoonde eiland van deze archipel. Het enige stadje op het eiland heet eveneens Heimaey. Hier wonen ongeveer 4.200 mensen. Zomers verblijven er tevens 8 miljoen papegaaiduikers (puffins) op het eiland. Heimaey is de visserijhoofdstad van IJsland. Hier komt het grootste gedeelte van de vangst aan land en wordt de vis tevens verwerkt.

Hoewel het eiland niet ver uit de kust van IJsland ligt, ligt het toch behoorlijk geïsoleerd. De bewoners ondervinden regelmatig last van de elementen, zoals bijzonder harde wind. Een tocht naar het vaste land wordt dan vaak moeilijk door zware zeegang. Op het eiland leeft men vooral van de visserij. Tegenwoordig vormt het toerisme een steeds belangrijkere bron van inkomsten.

Geschiedenis

Heimaey betekent 'thuiseiland'. Vestmannaeyjar betekent 'Westmaneilanden'. Die namen vinden hun oorsprong in het Landnámabók, waarin de kolonisatie van IJsland door de Noorse kolonisten wordt beschreven. De eerste bewoner van IJsland zou het Noorse stamhoofd Ingólfur Arnarson zijn geweest. Voordat hij zich in het jaar 874 definitief vestigde in Reykjavík, overwinterde hij eerst aan de zuidkust. Tijdens zijn verblijf aldaar werd zijn goede vriend Hjörleifr Hróðmarsson, die een stuk westelijker was geland, vermoord door slaven die weigerden het juk van een ploeg te delen met een os. Deze Keltische slaven waren afkomstig uit Ierland en aangezien dat voor de meeste Europeanen tot in de negende eeuw het meest westerse stuk bekend land was, werden de bewoners daarvan door de Noren 'Vestmenn' (Westmannen) genoemd. Met de slaven liep het niet goed af. Ze vluchtten in hun bootjes richting de Vestmannaeyjar. Toen ze net gezellig papegaaiduikers (puffins) zaten op te eten, kwam Ingólfur Arnarson verhaal halen. Zij zagen de bui al hangen en besloten stuk voor stuk zelfmoord te plegen. Één van de slaven koos er zelfs voor om dan maar zelf van de Heimaklettur – met 285 meter het hoogste punt van Heimaey – te springen (klik hier voor een gruwelijke maar waarheidsgetrouwe afbeelding van deze gebeurtenis).

Volgens het Landnámabók was Herjólfur Bárðarson de eerste permanente bewoner van het eiland. Hij vestigde zich daar rond het jaar 900 in een vallei die hij Herjólfsdalur noemde. Natuurlijk was hij net als Ingólfur Arnarson oorspronkelijk een Noorse Viking.

In 1627 gaf de Haarlemmer Jan Janszoon (beter bekend als Murat Reis) op Heimaey zijn visitekaartje af. Reis had zich aangesloten bij de Ottomanen. Als aanvoerder van een vloot, die bemand werd door Marokkaanse en Algerijnse piraten, ontvoerde hij een Deense schipper die hem de weg naar IJsland moest wijzen. In IJsland wilde Murat Reis Reykjavík plunderen. Toen de buit aldaar tegenviel, besloot hij nog wat IJslanders tot slaaf te maken. Dit deed hij onder andere op Heimaey, waar 242 fitte en jonge mannen en vrouwen - op een totale populatie van 500 inwoners - gevangen werden genomen en naar Algiers werden gebracht om vervolgens als slaaf te werk te worden gesteld. 36 andere bewoners werden vermoord. Hoewel de piraten hoofdzakelijk uit Marokko en Algerije afkomstig waren, staat deze gebeurtenis in IJsland bekend onder de naam Tyrkjaránið (de Turkse ontvoeringen). De bekendste vrouw die ontvoerd werd, luisterde naar de naam Guðríður Símonardóttir (of Turkse Gudda). Zij werd vrijgelaten uit gevangenschap en slaagde erin van Algerije terug naar IJsland te reizen. Daar trouwde ze met de schrijver/dichter Hallgrímur Pétursson, naar wie de Hallgrímskirkja in Reykjavík werd vernoemd. Bij gelijksoortige plunderingen op het eiland en in de rest van IJsland werd, in het geval de afkomst van de daders niet helemaal duidelijk was, de schuld overigens altijd in de schoenen van de Turken geschoven. De werkelijke daders konden in zulke gevallen echter bijvoorbeeld ook gewoon Nederlandse walvisvaarders zijn geweest.

Geologie

De Vestmannaeyjar zijn ontstaan door vulkanische activiteit. In feite bestaan de eilanden uit de kraters van vulkanen die worden gevoed door magmakamers op tien tot dertig kilometer onder de aardkorst. Hoewel de vulkanische activiteit in het gebied al minstens honderdduizend jaar plaatsvindt, zijn de eilanden pas in de laatste tienduizend tot twintigduizend jaar ontstaan. Het jongste eiland van de archipel, Surtsey, ontstond pas in 1963.

Het eiland Heimay is ontstaan door erupties van verschillende vulkanen. Tijdens de laatste ijstijd, ongeveer twaalfduizend jaar geleden, ontstonden er twee eilanden. Eentje in het noorden (met de kliffen Dalfjall, Klif and ) en eentje in het zuiden (met de toppen Heimaklettur, Miðklettur en Ystiklettur). Ongeveer 6.000 jaar geleden ontstond in het zuiden een derde eiland: Stórhöfði, waarop tegenwoordig de vuurtoren (Stórhöfðaviti uit 1906, de oudste nog werkende vuurtoren van IJsland) en een weerstation staan. Gelijktijdig ontstonden ook Elliðaey en Bjarnaey. Ongeveer 5000 jaar geleden explodeerde de Stakkabótagígur, ten noordoosten van de Stórhöfði. Door de lavastromen werd de ruimte tussen de verschillende vulkaantoppen gevuld en was het eiland Heimaey ontstaan.

Eruptie van de Eldfell in 1973

Het laatste stuk Heimaey ontstond in 1973. Op 23 januari van dat jaar barstte de nieuwe krater Eldfell (vuurberg) uit, even ten oosten van het dorpje. Er ontstond een 1600 meter lange spleet in de aarde waar lava uit stroomde. Door de uitbarsting moesten alle bewoners 's nachts met spoed geëvacueerd worden. Het geluk hierbij was dat de hele vissersvloot (bestaande uit 60 trawlers) in de haven lag vanwege een zware storm, waardoor de evacuatie van de 2000 inwoners voorspoedig kon verlopen. De dreiging bestond dat alle bebouwing van het dorp door de lava zou worden verzwolgen. Met behulp van gigantische hoeveelheden zeewater werd echter min of meer succesvol gepoogd de lavastroom af te koelen en een andere richting op te dirigeren. Uiteindelijk werden 360 van de 1345 gebouwen in het stadje door de lavastroom verzwolgen. Nog eens ruim 400 huizen raakten beschadigd. De belangrijke haven bleef echter gespaard en de ingang ervan kwam door de uitbarsting juist veel gunstiger te liggen. Toen de uitbarsting op 26 juni 1973 van het zelfde jaar eindigde, was het eiland 2,24 vierkante kilometer in oppervlakte gegroeid en was er een nieuwe krater met een hoogte van 255 meter ontstaan. Op 3 juli 1973 werd ook officieel vastgesteld dat de uitbarsting voorbij was. Aan het eind van juli 1973 mochten de eerste veertig families terugkeren naar hun woning op het eiland. Van over de hele wereld was aandacht voor het natuurfenomeen dat dreigde het hele dorp te verwoesten onder een laag lava. Van alle kanten werd hulp aangeboden. Ook de Nederlandse regering trok de portemonnee: het waanzinnige bedrag van fl. 20.000, = werd ter beschikking gesteld voor noodhulp. Overigens overleed er slechts één persoon aan de gevolgen van de uitbarsting. Dit was de 30-jarige visser Sigurgeir Sigurgeirsson die in een kelder was gaan schuilen voor slecht weer en daar stikte in de giftige gassen die tijdens de uitbarsting werden uitgestoten.

Overal op het eiland zijn zaken te zien die herinneren aan deze fascinerende uitbarsting van de Eldfell. Het gestolde lava staat tegenwoordig nog steeds huizenhoog in de straten die verdwenen zijn. Op de lavatong worden met behulp van houten borden de namen van de straten die er eens lagen aangegeven. De verwoesting van het halve dorp door de Eldfell wordt wel eens een hedendaagse versie van de verwoesting van Pompeii genoemd. Dat dorp, nabij de stad Napels in Italië, werd in het jaar 79 bedekt onder een laag vulkanische as die door de vulkaan Vesuvius werd uitgestoten. Het stuk van Heimaey dat door de eruptie is ontstaan, erodeert in behoorlijk tempo. Eerder zijn twee vuurtorens hierdoor al in de zee gevallen. Het huidige exemplaar is eenvoudiger gebouwd en kan verplaatst worden.

Toerisme

Op het eiland zijn alle noodzakelijke voorzieningen aanwezig. Er zijn winkels, pensions, hotels en jeugdherbergen. Er zijn restaurants en kroegen in verschillende prijsklassen. Tevens zijn er kunstgaleries en souvenirwinkels. Voor toeristen worden twee uur durende rondritten per touringcar en/of taxi georganiseerd door het bedrijf Viking Tours (link). Eventueel kunnen er zelfs auto's worden gehuurd. De meeste bedrijvigheid vindt plaats rond de haven. Hier worden ook rondvaarten naar kleine grotten en naar de omliggende buureilanden aangeboden.

In 1964 werd op Heimaey het Nátturugripasafnid natuurmuseum opgericht. Dit museum bestaat uit drie delen. In het eerste deel staan vooral opgezette vogels. In het tweede deel is een verzameling van stenen en mineralen te bewonderen. Het meest interessant is echter het aquarium. Het bewonderen waard is tevens de pikzwarte Stafkirkjan (Staafkerk), welke in het jaar 2000 door de Noren aan IJsland werd geschonken. Het is een replica van de kerk die duizend jaar eerder door de Noren in Heimaey werd gebouwd. De kerk is te vinden ten oosten van de haven. Ook de witte Landakirkja, welke tussen 1774 en 1778 werd gebouwd, is het bezichtigen waard. Het is het oudste gebouw van Heimaey en tevens de oudste stenen kerk in IJsland. De meeste bezoekers maken een wandeling over de vulkaan Eldfell en de lavatong die het dorp in 1973 bedreigde. Hier staat met houten straatnaamborden aangegeven waar ooit de straten liepen onder de meters dikke lavalaag. De plaatsen waar huizen stonden, worden gemarkeerd met grote zwerfkeien. Één van de huizen die half verwoest werd, is ter herinnering blijven staan. In het dorp is een bioscoop waar indrukwekkende filmbeelden worden getoond die zijn gemaakt in 1973.

Een bezoek aan Heimaey is aan te bevelen voor mensen die van de natuur houden. Op het eiland zijn prachtige wandelingen te maken. En vrijwel alle vogels die op IJsland voorkomen, nesten ook op Heimaey. Vooral de papegaaiduiker (puffin) komt hier tijdens het broedseizoen veel voor. Als de tellingen kloppen, zijn er jaarlijks in het broedseizoen zo'n 8 miljoen puffins op de Vestmannaeyjar aanwezig. Daarmee is het de grootste populatie van puffins ter wereld. Aandoenlijk is het om in augustus de kinderen te zien bij het rapen van de baby-puffins die vanuit het nest het dorp in zijn gevlogen, omdat ze het licht van de lantaarnpalen abusievelijk aanzien voor het licht van de maan. De puffins worden mee naar huis genomen en de volgende dag vrijgelaten, zoals te zien is in deze video op YouTube.

Elk jaar in het eerste weekend van augustus, wordt op Heimaey het festival met de onmogelijk uitspreekbare naam Þjóðhátíð gehouden. Dit feest wordt georganiseerd ter gelegenheid van het nationale feestweekend Verslunarmannahelgi (koopmannenweekend). Overal in IJsland vinden dan volksfeesten plaats. Þjóðhátíð is daarvan het grootste. Ruim 10.000 IJslanders (het aantal in 2013), voornamelijk jongeren, trekken dit weekend naar Heimaey om te feesten, te zuipen, te palen en in de laatste plaats om naar muziek te luisteren. Het festival bestaat sinds 1874, toen het duizendjarig bestaan van IJsland werd gevierd in Þingvellir. Door zware zeegang konden de bewoners van Heimaey daar niet bij zijn. Daarom besloten ze zelf een feest te organiseren. Vanwege het succes daarvan werd het een traditie. De bewoners van Heimaey, die in de vorige alinea de puffins nog hielpen, tonen zich rondom de feestdag aanzienlijk minder teergevoelig voor de lichamelijke integriteit van deze clowneske vogels, want die verdwijnen dan massaal in de koekenpan. Vanwege het sterk afnemende aantal puffinkuikens, neemt die traditie echter af.

Rondvaart en orka's

Vaste prik tijdens de populaire anderhalf uur durende bootexcursie rondom het eiland is een bezoek aan de baai van Klettsvík. Hier verbleef de wereldberoemde orka (zwaardwalvis) Keikó (wat 'de gelukkige' betekent in het Japans) uit de film 'Free Willy' tussen 1998 en 2002. Het zeezoogdier werd in 1979 gevangen, nabij Reyðarfjörður voor de oostkust van IJsland, toen hij drie jaar oud was. Hij verbleef vervolgens in het Sædyrasafnið-aquarium, totdat hij werd verkocht aan het pretpark 'Marineland' in Ontario (Canada). Daar trad hij op voor publiek. Vervolgens werd hij doorverkocht aan het park 'Reino Adventura' in Mexico-Stad. Hij werd door filmmaatschappij 'Warner Bros' gebruikt als hoofdrolspeler van de film 'Free Willy' (1993). Fondsenwervers zamelden geld in om Keikó terug te kopen van de Mexicanen. Dit lukte en de walvisstier werd overgebracht naar een speciaal gebouwd aquarium te Newport in de Amerikaanse staat Oregon. In voorbereiding op zijn vrijlating werd de orka op 9 september 1998 met een Boeing C-17 van de Amerikaanse luchtmacht teruggevlogen naar IJsland, waar hij dus in de Klettsvík-baai verbleef. De voorbereiding op de vrijlating bestond onder andere uit het vrij zwemmen in de oceaan. Op 11 juli 2002 verdween Keikó tijdens zo'n uitstapje. Aangezien Keikó zelf geen prooi kon vangen en er niet in slaagde aansluiting te vinden bij soortgenoten, werd voor zijn leven gevreesd. Hij werd teruggevonden in het Skaalvik Fjord langs de kust van Noorwegen. Daar speelde hij met de toeristen in bootjes, totdat hij op 12 december 2003 strandde en stierf aan een longziekte die twee dagen daarvoor was gediagnosticeerd. Keiko werd 27 jaar oud.

In de wateren rond IJsland werden tussen 1976 en 1988 in totaal 48 orka's gevangen om te worden verhandeld aan zeeaquaria. Onder hen was behalve Keikó ook de in 1983 nabij Berufjörður gevangen orka Tilikum. Deze stier raakte in gevangenschap betrokken bij maar liefst drie situaties die de dood van personen, waaronder trainers, tot gevolg hadden. Tilikum stierf op 6 januari 2017 in SeaWorld Orlando, waar hij sinds 1992 leefde. De orka Gudrun die in Dolfinarium Harderwijk te zien was in de jaren tachtig, werd op 25 oktober 1976 gevangen voor de zuidkust van IJsland nabij Skeiðarársandur. Op 16 november 1987 werd de ruim 5 meter lange en 2 ton zware Gudrun verhuisd naar SeaWorld Orlando met als doel zich daar voort te planten. Uiteindelijk stierf zij daar op 25 februari 1996 aan zwangerschapscomplicaties, nadat enkele dagen eerder haar derde kalf dood werd geboren.

Een hoogtepunt tijdens een rondvaart is een bezoek aan de grot Klettshellur. Deze grot kent een formidabele akoestiek. Om dat te illustreren zal er op de boot een muziekinstrument (meestal een saxofoon) bespeeld worden.

Gordon Ramsay

Op de Vestmannaeyjar werd een item van het programma 'The F word' van de Schotse kok Gordon Ramsay opgenomen. Tijdens de aflevering van 28 juli 2008 probeert Ramsay een papegaaiduiker (Lundi of atlantic Puffin) te vangen om op te eten. Hij vangt er zelf uiteindelijk twee op het eilandje Elliðaey. Daarnaast poogt hij brood te bakken in de warme aarde van de vulkaan Eldfell. De aflevering bevat adembenemende beelden van de Vestmannaeyjar en deze wordt zo nu en dan bij RTL4 herhaald. Tevens zijn de beelden terug te vinden op YouTube. Klik hier voor deel 1 en hier voor deel 2.

Bereikbaarheid

Heimaey is te bereiken met de veerboot vanaf het vaste land. De veerboot Herjólfur (genoemd naar Herjólfur Bárðarson; de eerste bewoner van Heimaey) van maatschappij Eimskip (link) voert een dienstregeling uit vanuit de plaats Landeyjahöfn. Er zijn meerdere afvaarten per dag en de overtocht duurt afhankelijk van het weer een half uur tot vijftig minuten. De kosten voor een overtocht bedragen ISK 1260, – (augustus 2014). Landeyjahöfn is over de weg te bereiken via (snel)weg 1 langs de zuidkust. Na ongeveer 105 kilometer is er na het dorp Hvolsvöllur een afslag rechtsaf naar de weg 254. Aan het einde van deze weg ligt de nieuwe haven van Landeyjahöfn. Busmaatschappij Sterna onderhoudt een dienstregeling tussen Reykjavík en de haven. In principe sluit de dienstregeling van de bus aan op de vertrek- en aankomsttijd van de boot. Ook Strætó, de onderneming die het stadsbusvervoer in Reykjavík uitvoert, verbindt de hoofdstad met de haven. Tweemaal per dag rijdt bus 52 van Strætó vanaf de BSÍ-busterminal of busstation Mjódd naar de haven in Landeyjahöfn.

Tevens is Heimaey bereikbaar via de lucht. Haimaey beschikt over een eigen vliegveldje dat bereikbaar is vanaf de luchthaven van Reykjavík. Vluchten worden aangeboden door de luchtvaartmaatschappijen Air Iceland en Eagle Air. Een vlucht duurt 20 minuten. Spectaculairder zijn de vliegtochtjes vanaf het kleine vliegveldje Bakki op het vasteland. Vanuit hier is het mogelijk naar Heimaey te vliegen in kleine vliegtuigjes.

Video

De Youtube-beelden hieronder geven een indruk van de situatie op Heimaey ten tijde van de uitbarsting van de vulkaan Eldfell in 1973.

Relevante links

terug naar boven





Foto's

De vulkaanuitbarsting op Heimaey in 1973