Westfjorden – Vestfirðir

De Westfjorden (Vestfirðir) zijn een dunbevolkt gebied in het noordwesten van IJsland. Het is één van de acht regio's van IJsland, die middels een landengte met een breedte van 10 kilometer, tussen Gilsfjörður en Bitrufjörður, met de rest van IJsland wordt verbonden. Zoals de naam al enigszins verraadt, bestaat het gebied voornamelijk uit tientallen diepe fjorden. Het gebied heeft een oppervlakte van 9409 vierkante kilometer. Daarop wonen in totaal 6955 (januari 2012) mensen. Ruim de helft van hen woont in de regionale hoofdstad. Dat is de plaats Ísafjörður. Dit stadje is vernoemd naar het 75 kilometer lange fjord Ísafjarðardjúp (het 'lange ijsfjord') waaraan het ligt. Laagland is maar spaarzaam beschikbaar in de Westfjorden, waardoor in het gebied vrijwel geen landbouw mogelijk is. In het verleden leefde men er derhalve voornamelijk van de visserij, zeehondenjacht en eierenoogst. Behalve veel bergen is er ook een gletsjer op de Westfjorden aanwezig. Dit is de Drangajökull, wat de noordelijkst gelegen gletsjer van IJsland is. De toppen ervan bereiken een hoogte van 925 meter. Het gedeelte van het land ten noorden van de gletsjer wordt niet bewoond. Er zijn in grote delen zelfs geen wegen te vinden. Sinds 1974 is dit 580 vierkante kilometer grote gebied, genaamd Hornstrandir, een natuurreservaat.

Het hoogste punt van de Westfjorden is de 998 meter hoge berg Kaldbakur (de koude rug). Het is slechts één van de vele bergen in de Westfjorden. De meeste zijn plateaubergen die steil opstijgen vanuit de fjorden en op een hoogte van 400 tot 500 meter plotseling afvlakken en aldaar verschillende hoogvlakten creëren. Ooit was het hele gebied vlak, maar door de honderden meters dikke ijspakketten, die er tijdens de verschillende ijstijden bovenop lagen, zijn de fjorden uitgesleten.

Toerisme

De vogelklif Látrabjarg

Het ruige landschap van de Westfjorden trekt veel avonturiers aan. Voor vogelliefhebbers is het tijdens het broedseizoen een waar paradijs. In de Westfjorden zijn namelijk de grootste vogelkliffen van Europa te vinden. Het bekendste zijn de steile kliffen van Látrabjarg op het meest westelijk gelegen puntje van IJsland (het westelijkste puntje van Europa is het Portugese eilandje Flores dat deel uitmaakt van de Azoren). Het is een soort vogelflat met een imposante hoogte van 444 meter en een lengte van 14 kilometer, waar miljoenen vogels hun nesten hebben gebouwd. De vogels laten zich hier eenvoudig fotograferen. Het is een heel schouwspel, dat in de lange zomerdagen onophoudelijk door de vogels wordt opgevoerd. Daarnaast zijn vaak ook de roofdieren te zien die uit zijn op de eieren en de jonge vogels. In de oceaan onderaan de rotsen zigzaggen soms zelfs haaien op zoek naar een makkelijk hapje. Verder valt vooral de scherpe geur van de guano op. In het noordelijkst gedeelte van de Westfjorden, op slechts enkele kilometers van de poolcirkel, liggen tevens de kliffen Hælavíkurbjarg en de Hornbjarg. Deze zijn weliswaar iets kleiner, maar daardoor niet minder spectaculair. Bovendien ligt het aantal toeristen dat deze rotsen bezoekt veel lager dan bij de Látrabjarg, omdat ze alleen met een bootje vanuit Ísafjörður bereikbaar zijn. De Látrabjarg is veel eenvoudiger te bereiken. Het ligt aan het einde van weg 612, welke aansluit op de 62 en 63. De locatie van de rotsen is terug te vinden in dit kaartje op Google Maps. Accommodatie om te overnachten in de buurt van de Látrabjarg is te vinden via de volgende websites: Hótel Látrabjarg en Hotel Breiðavík.

Een indrukwekkend verhaal beschrijft een gebeurtenis die plaatsvond op 12 december van het jaar 1947. Tijdens een storm strandde de Britse visserstrawler Dhoon met zestien opvarenden op ijsschotsen onderaan Geldingsskorardal; een 200 meter hoog gedeelte van Látrabjarg. Enkele boeren besloten vanaf de boerderij Hvallatrar te Latravik een zoektocht naar het vermiste schip te ondernemen. reddingspoging te wagen. Ze daalden af van de ijzige kliffen en slaagden erin een reddingslijn naar het schip te schieten. Met behulp van het touw konden twaalf zeemannen de volgende dag vanaf het voordek van de bijna volledig gezonden trawler aan land worden getrokken. Alwaar de kinderen en vrouwen de hulp overnamen door de zeemannen te voeden en op te warmen. Voor vier opvarenden kwam de hulp helaas te laat. Hoewel de Dhoon slechts één van de vele schepen is die in de omgeving verging, wordt de reddingsoperatie ook tegenwoordig nog gezien als de meest gedurfde en heldhaftigste in de IJslandse geschiedenis. De redders ontvingen later een speciale eervolle onderscheiding van de Britse koningin. Dat is nog eens boffen!

Het schip Garðar BA 64

Langs de weg richting Látrabjarg, in de punt van het fjord Patreksfjörður, ligt op het strand een aangespoeld schip. Dit is de in Noorwegen gebouwde Garðar BA 64. Het werd in hetzelfde jaar als de Titanic gebouwd (1912) om ermee in IJslandse wateren te vissen. Destijds was het het eerste stalen schip in IJsland. In 1981 liep het in het fjord aan de grond. Daar ligt het nu nog steeds. Voor veel fotografen vormen de roestige resten een ideaal object om te fotograferen.

Het strand Rauðasandur

Langs enkele fjorden bevinden zich natuurlijke zandstranden. Helaas nodigt de lage temperatuur van het oceaanwater niet echt uit om er een flinke duik in te nemen. Het grootste strand is het tien kilometer lange Rauðasandur (rood zand). De kleur van dit brede stand varieert, afhankelijk van het zonlicht dat erop schijnt, van geel tot donkerrood. Het is een ideale plek om te wandelen, te genieten van de rust en om mooie foto's te maken. Langs het strand staan enkele boerderijen met grasland. Er is een klein café en een kampeerplaats. In de verlaten boerderij met de naam Sjöundá vond in 1802 een dubbele moord plaats; de Sjöundármorðin. Het verhaal hierbij is in geheel IJsland bekend, omdat Gunnar Gunnarsson er het populaire boek Svartfugl (wat 'kliffen' betekent) op baseerde. Een man (Bjarni Bjarnason) en een vrouw (Steinunn Sveinsdóttir) vermoordden hun beider partners (Jon Þorgrímsson en Guðrún Egilsdóttir), waarna ze hoopten samen verder te kunnen leven. Dat liep echter anders, want de moorden boden niet de gewenste duurzame oplossing. Bjarni werd ervoor gestraft met de doodstraf. Hij werd naar het Noorse Kristiansand gebracht om te worden onthoofd, daar er in IJsland geen beul voorhanden was. Steinunn belandde in het cachot, waar ze eerst een kind baarde en later onder verdachte omstandigheden overleed... Rauðasandur is te bereiken via weg 614, wat een afslag is van weg 612 richting de Látrabjarg. De dichtstbijzijnde grotere plaats is Patreksfjörður, dat aan de noordzijde van het gelijknamige fjord ligt.

Andere vermeldenswaardige stranden in de regio zijn Sandoddi en Gjögrabót. Deze goudkleurige stranden liggen aan de zuidzijde van het fjord Patreksfjörður. Ook het strand Breðavík is een bezoek waard. Het ligt aan de westkant van het fjord, niet ver van de Látrabjarg.

De waterval Dynjandi

De waterval Dynjandi

De grootste waterval van de Westfjorden is de Dynjandi (de donderaar). Deze waterval ligt in de rivier Dynjandisá, welke het water afvoert vanaf de boven de waterval gelegen hoogvlakte. Bijzonder aan deze honderd meter hoge waterval is de manier waarop deze uitwaaiert over de rotsen. Bovenaan is de waterval ongeveer twintig meter hoog. Onderaan is dit ongeveer zestig meter. De waterval ligt vlak bij weg 60. Er is een afslag richting de parkeerplaats. Van hieruit kan een wandeling worden gemaakt naar de waterval. Deze wandeling duurt ongeveer een kwartiertje en het pad leidt langs verschillende kleinere watervallen. Dit zijn achtereenvolgens de Bæjarfoss, Hundafoss, Hrísvaðsfoss, Göngumannafoss, Strompgljúfrafoss en Hæstahjallafoss. Achter de Göngumannafoss is een paadje ontstaan, waardoor bezoekers er achterlangs kunnen lopen.

Musea

In de Westfjorden zijn enkele musea gevestigd die een bezoek waardig zijn. Het bekendst is het maritiem museum van Ósvör (Sjóminjasafnið í Ósvör) dat iets ten oosten van het plaatsje Bolungarvík (ten noorden van Ísafjörður) ligt. Het is een nagebouwde nederzetting zoals het moet zijn geweest in de negentiende eeuw. Er staat een vissershut (een zogenaamde verbúð) en enkele andere gebouwtjes. Op het strand ligt een roeiboot Ólver. Met dit soort boten gingen de vissers vroeger de oceaan op. In Bolungarvíkur staat tevens het natuurhistorisch museum van de Westfjorden (Náttúrugripasafn Bolungarvíkur). In de vrij grote ruimte van het museum staan allerlei opgezette dieren. Wellicht het meest interessant zijn daarvan de ijsberen.

In het oudste gebouw van het dorpje Súðavík is het Arctic Fox Centre (Melrakkasetur / melrakki.is) te vinden. Hier staan talloze zaken over de poolvos tentoongesteld. Natuurlijk zijn de dieren er onder andere in opgezette vorm te bezichtigen. Daarnaast is er in het centrum bijzonder veel deskundigheid over de dieren aanwezig.

Het plaatsje Bíldudalur huisvest het zeemonstermuseum (Skrímslasetrinu á Bíldudal / skrimsli.is). Hier is informatie te vinden over de zeemonsters die volgens legenden bijvoorbeeld in het Arnarfjörður gevonden kunnen worden. Zij luisteren naar namen als fjörulalli, hafmaður (de zeeman), skeljaskrímsli (schelpenmonster) en faxaskrímsli (het zeepaard). Het museum biedt op een serieuze wijze aandacht aan monsters waarvan in het verleden geloofd werd dat ze echt bestonden en die zoveel angst inboezemden dat ze het gedrag van de bevolking hebben beïnvloed.

Het hekserijmuseum (Galdrasýning á Ströndum / galdrasyning.is) is te vinden in Hólmavík. Zoals de naam al verklapt, omvat de collectie van het museum zaken die met hekserij te maken hebben, zoals gebruiksartikelen die door heksen en tovenaars gebruikt zouden zijn. Ook zijn er scènes uit verhalen uitgebeeld en wordt verteld op welke wijze hekserij invloed heeft gehad op de folklore van het land.

Toegankelijkheid van de Westfjorden

Zoals hierboven genoemd, is de belangrijkste plaats van de regio Ísafjörður. Deze plaats is zowel via de weg als via de lucht bereikbaar. De wegen volgen vaak de diepe inhammen in de kust die door de fjorden worden gevormd. Daardoor zijn de af te leggen afstanden over de weg aanmerkelijk groter dan dat ze hemelsbreed bedragen. De belangrijkste wegen van de Westfjorden zijn de 60, 61, 62 en 63. De nummers van minder belangrijke wegen bestaan uit drie cijfers en beginnen allemaal met een 6. De rechtstreekse route van Reykjavík naar Ísafjörður gaat via weg 61. Deze weg splitst zich nabij het plaatsje Borðeyri af van de rondweg 1. Veel reizigers kiezen er echter voor om gebruik te maken met de ferry Baldur. Deze verbindt de plaats Stykkishólmur met de aanlegsteiger bij Brjánslækur in de Westfjorden. Van hieruit is via weg 62 de 60 bereikbaar. Deze leidt via de 9113 meter lange tunnel Vestfjarðagöng naar Ísafjörður en komt ook langs bijvoorbeeld de waterval Dynjandi. Vanaf de aanlegsteiger zijn de Látrabjarg en Rauðasandur ook een stuk eenvoudiger bereikbaar.

Busreizigers kunnen in de zomermaanden gebruik maken van de bussen van Sterna vanaf de BSÍ-busterminal in Reykjavík. Ook buslijn 58 van Strætó rijdt op deze route. De bussen van Strætó vertrekken vanaf busstation Mjódd, dat gelegen is buiten het centrum van Reykjavík (o.a. stadsbus 3, 4, 11, 12 en 17 doen dit busstation aan) naar de plaats Stykkishólmur. Vanaf daar vertrekt de boot Baldur naar de Westfjorden. Vanaf de aanlegsteiger van de boot vertrekt de bus richting Ísafjörður en in de andere richting naar Látrabjarg. Een andere route gaat vanaf Reykjavík naar Holmavík. Daar kan worden overgestapt in de richting Ísafjörður.

Verschillende vliegvelden in de Westfjorden zijn per vliegtuig bereikbaar vanaf de luchthaven van Reykjavík. Het vliegtuig is tijdens strenge winters soms zelfs de enige manier waarop plaatsen in de Westfjorden met de buitenwereld verbonden zijn. Vrijwel dagelijks vliegt Eagle Air naar de plaats Bíldudalur. Ook onderhoudt de maatschappij een verbinding met Gjögur (vliegveld Gjögurflugvöllur). Ísafjörður is vanuit Reykjavík bereikbaar met Air Iceland. Deze maatschappij vliegt de route tweemaal per dag.

Veerboten vanuit Ísafjörður en Bolungarvík

Vanuit Ísafjörður en Bolungarvík vertrekken enkele veerboten naar afgelegen dorpjes en eilandjes. Deze tripjes zijn het eenvoudigst te boeken via het lokale reisbureau Vesturferðir / West Tours (vesturferdir.is). Met behulp van de boten wordt het eilandje Vidur bijvoorbeeld bereikbaar. Ook de noordelijke vogelkliffen zijn met de boten te bereiken. Wie naar Hælavíkurbjarg wil, kan het beste varen naar Hlöðuvík. Reizigers met bestemming Hornbjarg, reizen naar Hornvík. Het is mogelijk om enkele dagen op of nabij de rotsen in het wild te kamperen en dan vervolgens weer terug te reizen.

terug naar boven





Foto's

Ísafjörður in de Westfjorden